Hoofdinhoud

 

Voor melk bestaat een markt, voor het landschap vaak niet

 

Tijdens vier workshops over landschapsdiensten spraken boeren en andere beheerders met overheden, bedrijven, verenigingen en bewoners. Dat gebeurde onder leiding van onderzoekers van WUR, Erasmus Universiteit en Aeres Hogeschool. De gesprekken gingen onder meer over voedsel, schoon water, biodiversiteit, recreatie en de uitstraling van het gebied. Voor veel van de genoemde diensten ontbreekt een verdienmodel – terwijl veel boeren meer willen bijdragen als daar maar een betaling tegenover staat. Dat vraagt om samenwerking tussen de beheerders en de partijen die van het landschap profiteren.

 

Veel regelingen, weinig samenhang

 

Een onderzoek van Naturalis uit 2025 bracht 24 financieringsinstrumenten voor biodiversiteit op het boerenland in kaart, waaronder overheidsregelingen, betalingen door bedrijven en steun van stichtingen en maatschappelijke organisaties. Omdat zulke instrumenten voortdurend veranderen, was het opstellen van een volledig overzicht lastig.

 

De inventarisatie laat wel zien dat veel regelingen vooral een ‘losse’ maatregel, inspanning of behaalde score belonen. De koppeling met de gewenste natuurkwaliteit op een specifieke plek blijft vaak onduidelijk. Daardoor kan een eenvoudig uitvoerbare maatregel voorrang krijgen boven een maatregel die meer ecologisch effect heeft.

Ook ingewikkelde procedures en zware verantwoordingsplichten maken deelname minder aantrekkelijk. De onderzoekers pleiten daarom voor een duidelijker verband tussen het natuurdoel, de gekozen maatregelen en de financiering.

 

De waarde bepaalt wie kan meebetalen

 

Een WUR-analyse uit 2024 noemt verschillende partijen die kunnen bijdragen. Consumenten kunnen bijdragen via een hogere melkprijs, overheden kunnen beheer en gebiedssamenwerking financieren en banken of andere financiers kunnen gunstige kredietvoorwaarden bieden.

Een wetenschappelijke studie onder melkveehouders in de Alblasserwaard en Vijfheerenlanden adviseert een ‘keuzemenu’ voor betalingen aan veehouders. 

Boeren verschillen immers in bedrijfsvoering, motivatie en ondersteuningsbehoefte. Een mix van overheidsbetalingen, ketenbijdragen en andere steun bereikt daardoor waarschijnlijk meer boeren dan één uniforme regeling. Naast geld zijn ook werkbare regelgeving, erkenning en samenwerking van belang.

Boeren in een zaal in gesprek over toekomstbestendig boeren Foto: Martijn Beekman

Volgens de deelnemers aan de workshops over landschapsdiensten moet een betaling meer zijn dan een vergoeding van gemaakte kosten: goed beheer verdient een eerlijke beloning en de kosten en baten moeten eerlijk worden verdeeld. Een onderzoek naar ecologisch slootbeheer laat zien dat geld alleen niet volstaat. Ecologisch slootbeheer vraagt ook om goede afstemming tussen boeren en het waterschap en om voldoende kennis bij boeren, loonwerkers en het waterschap. Een bredere bufferzone kan bovendien leiden tot minder bruikbare grond en minder ruimte om mest te plaatsen. De vergoeding moet daarom niet alleen de directe beheerkosten dekken, maar ook rekening houden met dit soort gevolgen voor de bedrijven.

De kosten verschillen per maatregel en bedrijf

 

De verkenning naar de kosten voor melkveehouders in de Alblasserwaard geeft een eerste indicatie van de jaarlijkse kosten van een pakket natuurmaatregelen. Voor twee modelbedrijven berekenden de onderzoekers wat uitvoering van alle maatregelen op het middelste onderzochte niveau zou kosten. De geschatte jaarlijkse meerkosten bedroegen 24.128 euro voor een bedrijf met 92 koeien en 42.724 euro voor een bedrijf met 128 koeien.

Deze bedragen zijn slechts indicatief. De gebruikte waarden zijn niet specifiek voor het veenweidegebied ontwikkeld en mogelijke besparingen en extra inkomsten zijn grotendeels buiten beschouwing gelaten. De werkelijke kosten kunnen daardoor per bedrijf verschillen.

 

De bedrijfsberekening voor kruidenrijk grasland laat zien hoe sterk de uitkomst van een maatregel afhangt van het aandeel kruidenrijk grasland. Tot en met 50 procent bleef het berekende inkomen van het gemiddelde modelbedrijf vrijwel gelijk. Bij het extensievere modelbedrijf steeg het met ongeveer 1.800 tot 1.900 euro. Daarbij namen de onderzoekers aan dat kruidenrijk grasland tot een hogere eco-premie leidde. Andere beheervergoedingen, zoals die voor agrarisch natuurbeheer, telden niet mee.

Bij grotere toepassing sloeg dit beeld om. Met 75 procent kruidenrijk grasland daalde het berekende inkomen met bijna 13.000 euro bij het gemiddelde bedrijf, en met bijna 16.000 euro bij het extensievere bedrijf. Bij 100 procent liep de daling op tot respectievelijk ongeveer 35.000 en 34.000 euro. Dat kwam vooral door de benodigde aankoop van extra voer en afvoer van meer mest.

 

Ook een bedrijfsberekening naar waterinfiltratie en andere maatregelen laat zien dat de financiële gevolgen per maatregel verschillen. Toen het volledige graslandareaal van de twee modelbedrijven van waterinfiltratie werd voorzien, daalde het berekende inkomen met ongeveer 42.000 en 56.000 euro per jaar. Met name de jaarlijkse systeemkosten en de aankoop van extra voer veroorzaakten het grootste deel van deze daling. Subsidies voor de aanleg en een vergoeding voor de berekende vermindering van uitstoot uit de veenbodem waren niet meegerekend.

Beide WUR-berekeningen zijn gebaseerd op modelbedrijven en de geldende prijzen uit 2021. De bedragen zijn daarom niet rechtstreeks toepasbaar op een huidig bedrijf. Bovendien gaan de berekeningen over verschillende maatregelen en uitgangspunten, zodat de uitkomsten niet één op één vergelijkbaar zijn. Wel maken ze duidelijk dat de benodigde vergoeding afhangt van de maatregel, het bedrijf, de schaal van toepassing en de betalingen die al zijn meegerekend.

 

Zekerheid hoort bij de vergoeding

 

De workshopdeelnemers vroegen om betrouwbare partners, duidelijke langjarige afspraken en helderheid over de voorwaarden van betaling. Ook willen zij dat resultaten zichtbaar gemaakt kunnen worden, zodat duidelijk is dat afspraken worden nagekomen en maatregelen effect hebben. Het onderzoek naar kruidenrijk grasland uit artikel 2 trekt dezelfde conclusie: stabiele publieke betalingen, aangevuld met ketenbijdragen en langetermijncontracten, geven boeren de zekerheid om beheer langjarig vol te houden.

 

Organiseer de betaling voor het gebied

 

De workshopdeelnemers stelden voor om één gezamenlijk aanspreekpunt voor beheerders en een lokale organisatie voor de betalingen aan te wijzen. Daarin moet een brede groep beheerders en belanghebbenden deelnemen, waaronder overheden, bedrijven en verenigingen.

Een mogelijke organisatievorm is een landschapsfonds. Het workshopverslag noemt dit een kansrijke vorm voor verdere samenwerking. Betrokken partijen werken het idee verder uit.

 

Van losse regelingen naar een afspraak die blijft

 

De onderzoeken leveren nog geen uitgewerkt betaalmodel op voor de Alblasserwaard en Vijfheerenlanden, maar wel duidelijke bouwstenen:

 

Bepaal  wat het beheer moet opleveren en welke inzet dat van boeren vraagt. 

Zorg voor een passende beloning voor goed beheer die is afgestemd op zowel de directe kosten als op de gevolgen voor het bedrijf - bijvoorbeeld verlies van bruikbare grond.

Laat overheden, bedrijven en andere partijen die van het landschap profiteren gezamenlijk bijdragen. 

Leg de afspraken voor meerdere jaren vast en organiseer één duidelijk aanspreekpunt in het gebied. 

 

Zo krijgen boeren voldoende zekerheid om het beheer langjarig vol te houden en kan het gewenste resultaat ook daadwerkelijk behaald worden.