Hoofdinhoud

 

Wanneer veen droogvalt, komt er zuurstof bij en breekt het af. Daardoor daalt de bodem en komen broeikasgassen vrij. Een waterinfiltratiesysteem gebruikt pomp gestuurde buizen onder het grasland om de grondwaterstand te sturen. Door de grondwaterstand hoger te houden, blijft het veen natter en wordt de afbraak van veen afgeremd.

 

Eerste ervaringen: langer en consistenter meten

De New Deal uit 2022 bevat vier voorstellen van melkveehouders om bij te dragen aan maatschappelijke opgaven. Een daarvan is een langjarige proef met waterinfiltratie op polderniveau. De vijftien melkveehouders die aan het ontwerpatelier deelnamen wilden vooral meer duidelijkheid over de langetermijneffecten op bodemdaling, uitstoot, de beschikbaarheid van zoet water, de bodem en hun bedrijfsvoering.

 

Het monitoringsrapport van Groene Cirkel Kaas en Veenweide beschrijft twee pilotbedrijven waar in het najaar van 2018 een waterinfiltratiesysteem is aangelegd. Op beide bedrijven lag naast het proefperceel een vergelijkbaar perceel zonder waterinfiltratie. De grondwaterstand werd continu gemeten; ook de grasopbrengst en graskwaliteit zijn gevolgd.

Voor betrouwbare monitoring zijn een goede nulmeting, voldoende herhalingen en een vaste meetmethode nodig. Het rapport beschrijft hoe de metingen zijn uitgevoerd, maar trekt nog geen conclusies over het effect op bodemdaling en uitstoot over langere tijd.

Voor waterkwaliteit bevat het monitoringsrapport een voorstel voor vervolgonderzoek. Het advies is om zowel de waterkwaliteit als de hoeveelheid afgevoerd water te meten, vooral na hevige neerslag. Omdat een losse meting slechts een momentopname is, zijn metingen op meerdere momenten nodig om de ontwikkeling betrouwbaar te kunnen beoordelen.

Boer staat bij een bord met daarop uitleg over pilot peilgestuurde onderwaterdrainage Foto: Remco Zwinkels

Berekeningen laten een groot potentieel voor emissiereductie zien

 

In een bedrijfsberekening van Wageningen Economic Research uit 2024 werkten onderzoekers met twee modelbedrijven: een gemiddeld veenweidemelkveebedrijf en een extensiever bedrijf. Zij vergeleken een grondwaterpeil van 50 centimeter onder het maaiveld met een peil van 30 centimeter. Bij het hogere peil was de berekende uitstoot uit de veenbodem bij beide bedrijven bijna 56 procent lager. Ook de gevolgen voor grasopbrengst en bedrijfsinkomen zijn doorgerekend. Het betreft hier modeluitkomsten, geen gemeten resultaten van afzonderlijke melkveebedrijven.

Het RIVM maakte in 2022 een aparte gebiedsberekening voor de Alblasserwaard en Vijfheerenlanden. Daarin gingen de onderzoekers uit van drukdrainage op 14.600 hectare veengrond. Drukdrainage is een vorm van waterinfiltratie die het veen ook nathoudt wanneer het grondwater tijdens droogte daalt.

 

Voor dit volledige gebied waren de berekende maatschappelijke kosten hoger dan de baten. Op 3.800 hectare — ongeveer een kwart van de doorgerekende oppervlakte — waren de baten juist hoger dan de kosten. Ook op de overige percelen nam de berekende bodemdaling af, maar daar waren de baten onvoldoende om de kosten te dekken.

Voor deze 3.800 hectare berekende het RIVM jaarlijks 25.500 ton minder CO2-uitstoot en 3.370 ton CO2-equivalenten minder uitstoot van lachgas. Samen is dat bijna 29.000 ton CO2-equivalenten per jaar. 

 

Begin op de percelen waar waterinfiltratie het meeste oplevert

 

De kosten en baten verschilden in de RIVM-analyse per perceel. De baten hangen vooral samen met de hoeveelheid bodemdaling die waterinfiltratie kan voorkomen. Percelen met een dik veenpakket kwamen daardoor relatief vaak voor binnen de 3.800 hectare waar de baten hoger waren dan de kosten: daar was ook het berekende voordeel van vermeden klimaatschade groter.

 

De uitkomst hangt daarnaast af van de gehanteerde CO2-prijs, de rekenperiode, de levensduur van het systeem en de kosten van aanleg en onderhoud. De resultaten gelden daarom alleen binnen de aannames van het RIVM. De kaart uit de RIVM-analyse laat de verschillen tussen percelen zien en kan helpen om locaties te selecteren waar de verwachte baten hoger zijn dan de kosten.

De baten komen niet vanzelf bij de boer terecht

 

Op de 3.800 hectare die in de RIVM-berekening gunstig uitkwamen, werd over dertig jaar 19.200 euro per hectare aan vermeden klimaatschade geraamd. Lagere kosten voor waterbeheer en waterkwaliteit telden op tot ongeveer 750 euro per hectare. Daar stonden 8.400 euro voor aanleg en onderhoud en 3.000 euro aan gemiste grasopbrengst tegenover. Onder de toen gebruikte aannames rapporteerde het RIVM voor deze percelen een positief saldo van gemiddeld 7.800 euro per hectare.

 

De verdeling van de kosten en baten is minstens zo belangrijk als deze positieve uitkomst. De klimaatwinst komt vooral ten goede aan de samenleving. Daartegenover staat dat de boer betaalt voor de aanleg en het onderhoud en hij loopt het risico op een lagere grasopbrengst.

Hetzelfde verschil is zichtbaar in de bedrijfsberekening uit 2024. Daarin is gerekend met een investering van 7.000 euro per hectare en 700 euro per hectare aan jaarlijkse kosten voor rente, afschrijving en onderhoud. Toen het volledige graslandareaal van de twee voorbeeldbedrijven van waterinfiltratie werd voorzien, daalde het berekende inkomen. De systeemkosten en de aankoop van extra voer wogen zwaar.

 

Deze uitkomsten zijn niet rechtstreeks te vertalen naar een individueel bedrijf. De onderzoekers werkten met modelbedrijven, een veronderstelde daling van de grasopbrengst en prijzen uit 2021. De berekening maakt wel duidelijk waarom een boer de maatregel doorgaans niet uitsluitend uit de eigen bedrijfsopbrengst kan betalen. Waterinfiltratie kan op kansrijke percelen maatschappelijk aantrekkelijk zijn, maar alleen als daar een passende vergoeding voor de boer tegenover staat.

 

CO2-certificaten leveren vooralsnog te weinig op

 

Binnen de Groene Cirkel is onderzocht of CO2-certificaten voor de boeren een vergoeding kunnen opleveren voor een deel van de klimaatwinst. In de proef met twee melkveehouders konden correcties voor onzekerheid samen oplopen tot 50 procent van de berekende vermindering. Daar kwamen kosten voor meten, registreren, aanvragen en verantwoorden bovenop. Onder de onderzochte voorwaarden stonden de verwachte opbrengsten daardoor niet meer in verhouding tot de kosten.

 

De proef maakt duidelijk dat het meten, registreren en verantwoorden eenvoudiger en goedkoper moet worden voordat CO2-certificaten economisch aantrekkelijk zijn voor boeren. Voor een individuele boer is het proces te complex en te kostbaar. Een professionele organisatie voor meerdere boeren en een groter gebied liggen daarom volgens de leerervaringen uit de proef meer voor de hand. Artikel 5 gaat uitgebreider in op mogelijke financieringsvormen daarvan.

 

Gericht uitbreiden en blijven meten

 

De publicaties pleiten ervoor om de effecten over meerdere jaren te volgen. Daarbij zijn de volgende stappen belangrijk:

 

·       Leg vóór de aanleg de uitgangssituatie vast, zowel op het proefperceel als op een vergelijkbaar perceel zonder waterinfiltratie.

·       Meet vervolgens de grondwaterstand, bodemdaling, broeikasgasuitstoot, grasopbrengst en waterkwaliteit.

·       Gebruik steeds dezelfde meetmethoden, zodat resultaten over de tijd vergelijkbaar zijn.

·       Houd rekening met de beschikbaarheid van zoet water.

·       Maak vooraf afspraken met boeren en het waterschap over uitvoering, begeleiding en vergoeding.

 

Zo kan waterinfiltratie gericht worden uitgebreid en wordt stap voor stap duidelijker wat de maatregel oplevert voor zowel de boer als het gebied.