Hoofd content

Excursieworkshop Kruidenrijk Grasland

23 september 2021

Een workshop over kruidenrijk grasland kan natuurlijk het beste buiten. Op 23 september jl waren veehouders uit de Alblasserwaard en Vijfheerenlanden welkom om te komen kijken in het land van drie van hun collega’s: Cees de Jong, Nico van der Ham en Rokus Lakerveld. Deze drie doen mee met het onderzoeksproject ‘Kruidenrijk grasland, de groene motor’, dat wordt gefinancierd door LNV via het Kennisbasisprogramma Nature Inclusive Transitions.

In groepjes trokken de veehouders langs de percelen. Daar troffen ze behalve Cees, Nico of Rokus steeds twee onderzoekers van het project die voorlopige resultaten en kennis deelden op het gebied van vegetatie, bodemleven, gewasopbrengst en -kwaliteit, weidevogels, ontwikkeling van kruidenrijk grasland en inpassing in de bedrijfsvoering. Een van de bevindingen is dat veehouders met uiteenlopende bedrijfsconcepten erin slagen om kruidenrijke graslanden te beheren met een mooie ecologische waarde (fase 3 of 4). Biologische en gangbare boeren kunnen daarin veel van elkaar leren. Dat gebeurde tijdens de workshop dan ook uitgebreid. Sommige deelnemers hadden al veel ervaring met kruidenrijk grasland, anderen waren zich aan het oriënteren.

Workshop op het land

Er is ook nog veel verwarring over wat kruidenrijk grasland precies is. Het onderzoek betreft kruidenrijke graslanden met een grote diversiteit aan inheemse, streekeigen grassen en kruiden. Er waren tijdens de workshop ook veel vragen over productieve kruidenrijke graslanden. Hiervoor zijn zaadmengsels op de markt met een beperkt aantal kruiden, vaak cultivars. Er was overeenstemming dat dit gaat om een teelt, die niet goed kan worden vergeleken met biodiverse kruidenrijke graslanden. Vergeleken met biodiverse, extensieve kruidenrijke graslanden hebben productieve, ingezaaide kruidenrijke graslanden een veel sterkere productiefunctie en een lagere biodiversiteitswaarde. Ze vragen een ander soort beheer en ander vakmanschap. Het blijkt in productieve graslanden nog lastig om de ingezaaide kruiden te handhaven over de jaren heen, vooral op veengronden. Voor biodiverse kruidenrijke graslanden is verschraling noodzakelijk. Dat kan op het vruchtbare veen wel lang duren. Voor een deel van de kruiden zijn nog zaden aanwezig in de bodem in zaadbank en deze komen vanzelf op als het perceel schraler wordt. Ontbrekende soorten kunnen worden terug gebracht door hooi van nabijgelegen natuurgraslanden over het land uit te rijden. Juist op veengrond is graslandvernieuwing met bodembewerking vaak ongewenst vanwege het grote risico op extra CO2-uitstoot. De meerwaarde van biodivers kruidenrijk grasland als permanent grasland zit nu echter niet goed in de KPI systematiek.

 

Dat klei op veen vruchtbare grond is, bleek ook uit de resultaten van het bodemonderzoek. Op extensievere percelen zou je een andere samenstelling van het bodemleven verwachten, o.a. met meer schimmels en minder bacteriën, maar dat kwam er nog niet heel duidelijk uit. Wel hadden de extensievere percelen meer schimmeleters, dat duidt op een bodemvoedselweb dat meer op schimmels is gebaseerd. Er kwam een levendig gesprek op gang over bodemleven in natuur en op landbouwpercelen. Mest is niet per se slecht voor het bodemleven, maar bemeste percelen hebben ander bodemleven dan onbemeste percelen (o.a. een andere bacterie-schimmelverhouding). En bodemleven kan inderdaad honger hebben, maar dat hoeft niet slecht te zijn. Mycorrhizaschimmels gedijen bijvoorbeeld bij weinig mest en maken door hun symbiose met plantenwortels de schaarse meststoffen en water beter beschikbaar voor de plant. Het gaat erom welke functies je wilt dat het bodemleven vervult, en welke mate van natuurlijkheid je nastreeft.

 

In dit gebied is liefde voor weidevogels een van de belangrijkste redenen voor boeren om voor kruidenrijke graslanden te zorgen. Jonge weidevogels eten veel insecten, liefst grote. Deze krijg je meer bij grote kruidenrijkdom en als er weinig wordt gemaaid. Voor de overleving van nesten en kuikens moet maaien sowieso worden vermeden. Tegelijkertijd moet het gras niet te dicht zijn, omdat de jonge vogels anders te veel energie kwijt zijn om zich door het gras te bewegen. Zolang het land nog niet ver genoeg verschraald is, is het daarom meestal niet geschikt voor weidevogelbeheer met uitgestelde maaidatum. Het gras is te zwaar voor de kuikens, er is te weinig voedsel en verder verschralen wordt gehinderd door de uitgestelde maaidatum. Er is dan eerst een tijdje overgangsbeheer nodig. Ruimtelijke variatie in beheer lijkt voor de weidevogels goed uit te werken, zodat er altijd plekken in het landschap zijn met voedsel en schuilgelegenheid. Er is ook ervaring dat beweiding goed is voor weidevogels; in de mestflatten zitten veel insecten. Ingezaaide productieve graslanden zijn in de regel niet geschikt voor weidevogels, omdat ze te vroeg worden gemaaid.

Aarde in de hand van een deelnemer

Deelnemers waren verbaasd hoe goed de opbrengst nog kon zijn van kruidenrijke graslanden. Die opbrengsten liepen overigens bij de gemeten percelen behoorlijk uiteen. Beheer maakt veel uit. Het zijn vooral de biologische boeren die ‘hoge’ opbrengsten halen van kruidenrijke graslanden, maar zij hebben deze percelen daar ook voor nodig omdat al hun grasland kruidenrijk is. Aan de andere kant van het spectrum staan boeren die zeer extensieve graslanden combineren met hoogproductieve graslanden. Zij zien kruidenrijk grasland vooral als ‘lui land’ dat alleen zo nu en dan wordt gehooid en een beetje nabeweid en gebruiken het hooi vooral om het eiwitrijke gras te compenseren en ten bate van de gezondheid van de koeien. Kruidenrijk hooi dat goed gewonnen is (mooi droog) wordt door veel boeren gewaardeerd in het rantsoen. Het is voor veel boeren logisch om extensieve (natte, kruidenrijke) percelen verder weg van huis te hebben, omdat die minder geschikt zijn voor beweiding en daar geen of minder mest heen hoeft. Dat was vroeger met huis- en veldkavels natuurlijk ook al zo.

 

In de Alblasserwaard en Vijfheerenlanden is agrarisch natuurbeheer normaal. Ongeveer de helft van de boeren in het gebied is lid van de agrarische natuurvereniging Den Hâneker en het Collectief Alblasserwaard/ Vijfheerenlanden. De boeren ervaren het collectief als een succes: het budget en het aantal deelnemers nemen toe en het wordt gezien als dé manier om boeren mee te krijgen en samen op te trekken. Dit heeft geleid tot een enorme uitbreiding van areaal plasdras in de laatste paar jaar. Het laat zien dat boeren maatregelen snel kunnen implementeren, en dat met een enthousiaste club veel kan worden bereikt. De vergoedingen voor agrarisch natuur- en landschapsbeheer zijn voor veel boeren noodzakelijk om te kunnen zorgen voor biodiverse kruidenrijke graslanden. De vergoeding compenseert echter alleen gederfde inkomsten en gemaakte kosten en wordt daardoor niet ervaren als een beloning voor een dienst. Daarbij komt dat de boeren de voorwaarden vaak ervaren als tamelijk rigide: kalenderlandbouw, terwijl inspelen op de omstandigheden van het perceel en het seizoen beter kan uitpakken voor de kruiden, de vogels en de boer.

 

De waarde van kruidenrijk grasland wordt momenteel door veehouders herontdekt. Veel kennis en ervaring is echter verloren gegaan. Ontwikkeling, beheer en inpassing van kruidenrijk grasland zijn niet eenvoudig en moeten opnieuw geleerd worden. Er is behoefte aan informatie, advies en begeleiding.

 

Het rapport van het onderzoek naar in totaal ongeveer 30 extensieve kruidenrijke percelen wordt in 2022 of 2023 gepubliceerd.

De deelnemers bekijken de bodem

(foto's: René Zoetemelk)