Hoofdinhoud

 

Langs de watergangen in de Alblasserwaard en Vijfheerenlanden liggen bufferstroken van een halve tot drie meter breed. Om de waterkwaliteit te beschermen mogen boeren daar sinds 1 maart 2023 geen mest of chemische gewasbeschermingsmiddelen gebruiken. Daardoor hebben deze stroken waarschijnlijk minder economische waarde voor melkveebedrijven.

Groene Cirkel Kaas en Bodemdaling wilde weten of gewassenteelt deze stroken toch waarde kan geven. Voor de verkenning uit 2025 combineerden onderzoekers literatuuronderzoek met gesprekken met onder meer boeren, afzetpartijen, bouwbedrijven, overheden en het waterschap.

 

Een kansrijk gewas is nog geen verdienmodel

Riet, lisdodde en zonnekroon kwamen als kansrijkste gewassen uit de vergelijking. De beoordeling van de gewassen was indicatief en bedoeld om de mogelijkheden naast elkaar te zetten. Financiële opbrengst woog niet mee, omdat geen van de onderzochte gewassen op een smalle bufferstrook rendabel kon worden geteeld.

Toepassingen zijn er wel. Riet is bruikbaar voor dakbedekking, stalstrooisel en oeverversterking; lisdodde voor isolatiemateriaal en potgrond; wilg voor manden, beschoeiingen en bouwmateriaal. Veel markten verkeren echter nog in de onderzoeks- of ontwikkelingsfase. Bovendien ontbreken regionale ketens die oogst, verwerking en afzet verbinden.

 

Schaal is het grootste knelpunt. Sommige gewassen vereisen speciale oogstmachines en bij kleinschalige afzet lopen de transportkosten snel op. En volgens de verkenning wordt wilg pas rendabel op stroken van ongeveer tien meter breed - veel breder dan de onderzochte bufferstroken.

Ook de omgeving stelt grenzen. Gewassenteelt kan botsen met de bescherming van weidevogels. Bij riet en lisdodde vraagt het voorkomen van dichtgroeiend water aandacht. Enkele uitheemse gewassen (soorten die van vanouds niet uit het gebied komen) kunnen zich dan ongewenst verspreiden.

 

Riet heeft kansen en grenzen

Riet laat goed zien welke verschillende waarden een slootkant kan hebben. Volgens de uitwerking van de waardestromen vermindert het stikstof en fosfor in het water, bergt het tijdelijk water en biedt het een leefgebied aan inheemse soorten. Sommige boeren gebruiken riet bovendien als stalstrooisel.

Maar riet levert voorlopig nauwelijks inkomsten op: zelfs verbranding of vergisting is volgens de verkenning niet winstgevend. De teelt van hoogwaardig riet voor dakbedekking biedt wel potentie, maar vraagt om specifieke omstandigheden, veel arbeid en voldoende schaal. Toepassingen in isolatie, plaatmateriaal en de glastuinbouw zijn nog in ontwikkeling.

De grootste waarde ligt in natuur, water en landschap

Een bredere WUR-analyse noemt ecologische sloten en bloemrijke randen als maatregelen die de biodiversiteit op boerenland kunnen versterken. Ook waterzuivering en een aantrekkelijk landschap gelden als opbrengsten van biodiversiteitsvriendelijke landbouw. De waarde van de slootkant reikt dus verder dan het melkveebedrijf. In de verkenning scoorden natuurlijke oevers en ingezaaide stroken met bloemen en kruiden het hoogst voor biodiversiteit; riet en lisdodde bieden daarnaast kansen voor zowel biodiversiteit als waterkwaliteit. 

 

Op korte termijn is ecologisch beheer via het agrarisch natuur- en landschapsbeheer daarom de kansrijkste route. Subsidies uit het GLB en ANLb kunnen het verdienmodel ondersteunen.

Omdat de ecologische scores indicatief zijn, moeten vervolgstappen de ontwikkeling van biodiversiteit en waterkwaliteit blijven volgen. Eén strook staat bovendien niet op zichzelf: herstel van biodiversiteit vraagt vaak een combinatie van maatregelen, afgestemd op de gebiedsdoelen en de mensen die het land beheren.

 

Ook gewassenteelt vraagt om samenhang. De mogelijkheden nemen toe als smalle bufferstroken worden gecombineerd met bredere stroken of percelen. Verdere ontwikkeling vereist betere teelt- en marktontwikkeling (afzet); opschaling vraagt daarnaast om ketenvorming, technische innovatie en beleidssteun.

 

Voor andere waarden ontbreekt nog een vaste markt

Uit workshops over landschapsdiensten bleek dat deelnemers veel waarde hechten aan biodiversiteit, schoon water en een aantrekkelijk landschap. Boeren willen meer biodiversiteit leveren als daar een vergoeding tegenover staat. Anders dan voor melk is er voor deze diensten nog geen vaste markt.

 

Zo’n vergoeding vereist samenwerking tussen boeren en de partijen die van deze waarden profiteren. Deelnemers noemden betrouwbare partners, langetermijnafspraken en een eerlijke vergoeding als belangrijke voorwaarden. Ook beloningen voor goed beheer en samenwerking met gemeenten en bedrijven zijn nodig. Binnen het Living Lab – dat samen met partijen van de Groene Cirkel kennis samenbrengt- wordt een landschapsfonds geopperd als kansrijke organisatievorm om partijen rond landschapsdiensten te verbinden. Artikel 5 van deze reeks gaat nader in op de organisatie en financiering van zo’n fonds.

 

Ecologisch beheer biedt nu het meeste perspectief

Commerciële gewassenteelt biedt op smalle bufferstroken voorlopig weinig perspectief; ecologisch beheer is op korte termijn kansrijker. Teeltproeven worden interessanter zodra bredere stroken of percelen beschikbaar zijn en teelt en afzet zich verder ontwikkelen.

De belangrijkste les: beoordeel de slootkant als onderdeel van zowel het boerenbedrijf als het landschap. Dan worden de baten voor biodiversiteit, waterkwaliteit en leefomgeving zichtbaar naast de kosten en het werk voor de boer.