Biodiversiteit op boerenland vraagt maatwerk en budget
Boeren in de Alblasserwaard en Vijfheerenlanden zien natuur als onderdeel van hun vak. Maar natuurbeheer moet wel passen bij hun percelen, bedrijfsvoering en inkomen. Onderzoeken van Groene Cirkel Kaas en Veenweide laten zien dat biodiversiteit op het boerenland vooral kans maakt als maatregelen haalbaar zijn en als ook andere partijen die waarde hechten aan het landschap meebetalen.
Een weiland met vogels in het gras en bloemen langs de sloot spreekt tot ieders verbeelding. Maar voor de melkveehouder gaat achter dat beeld ook een bedrijf schuil; een onderneming met voer, mest, arbeid en inkomen. Een deelnemer aan de enquête onder boeren vatte die spanning samen: “Boer zijn is voor mij passie voor koe en natuur, maar er is ook een inkomen nodig voor mijn gezin.”
Natuur hoort bij het vak, zolang het bedrijf kan blijven draaien
De enquête werd rond de jaarwisseling van 2021/2022 verspreid. Er deden 63 mensen mee, onder wie 55 boeren met een eigen melkveebedrijf. Van de deelnemers waren er 58 lid van het agrarisch collectief. De uitkomsten geven vooral inzicht in deze groep en voor dit moment; ze zijn niet representatie voor alle boeren in het gebied.
Een goed inkomen, koeien die lang meegaan en de mogelijkheid om het bedrijf door te geven waren voor veel deelnemers de kenmerken van goed boeren. In datzelfde beeld pasten ook trots op weidevogels en plantensoorten en het plezier van buiten werken. Bij de vraag naar de gewenste ontwikkelingsrichting kreeg ‘melk en natuur’ de meeste steun: melkveehouderij als hoofdtak, met agrarisch natuurbeheer als belangrijke neventak. Stoppen, verplaatsen of de melkveetak afbouwen kregen veel minder steun.
Ook verwachtte 31 procent binnen vijf jaar extensiever te gaan boeren, met minder dieren per hectare. Daarnaast gaf 61 procent aan iets in het bedrijf te willen of te moeten veranderen, zonder al te weten of dat zou lukken.
Meer dan zeventig maatregelen vragen om keuzes per bedrijf
Een rapport uit 2024 bracht via literatuuronderzoek, gesprekken met boeren en toetsing door deskundigen meer dan zeventig afzonderlijke maatregelen bijeen om biodiversiteit op hun agrarische onderneming te verbeteren. De onderzoekers bundelden die tot 23 groepen binnen vier thema’s: grasland, bouwland, overige of niet-productieve delen van het bedrijf en vee.
De maatregelen dienen verschillende doelen. Maaien met aandacht voor dieren richt zich vooral op bepaalde soorten. Extensief kruidenrijk grasland kan op meerdere onderdelen van de biodiversiteit doorwerken. Het rapport beschrijft ook maatregelen waarvan het effect - versterken of hinderen ze elkaar - afhangt van de uitvoering. Voor herstel in het gebied kan een combinatie van maatregelen nodig zijn, afgestemd op de gebiedsdoelen en de mensen die het land beheren.
De keuze begint bij de vraag wat op een bedrijf en perceel haalbaar is. Een maatregel kan gevolgen hebben voor voer, arbeid, mestplaatsingsruimte en inkomen. Het rapport is toegespitst op de Alblasserwaard en Vijfheerenlanden, waar grond, bedrijfsvoering en landschap eigen mogelijkheden en beperkingen hebben. De lijst biedt daarom keuzeruimte: elk bedrijf vraagt om een eigen combinatie van maatregelen.
Meer maatregelen vragen een groter budget
De vraag wat ecologisch wenselijk is, leidt naar een tweede vraag: wie betaalt de extra inzet die zulke maatregelen vragen? In april 2024 zijn de kosten van dertien maatregelen doorgerekend voor twee voorbeeldbedrijven, op basis van een bestaand KPI-systeem. Het pakket liep uiteen van randenbeheer en kruidenrijk grasland tot minder kunstmest en maatregelen rond water. Afhankelijk van de intensiteit waarmee de maatregelen zijn doorgevoerd werden de extra kosten geraamd op € 1,47 tot € 6,19 per 100 kilo melk. Op het middelste niveau kwam dat neer op ongeveer € 24.000 per jaar voor het kleinere voorbeeldbedrijf en bijna € 43.000 voor het grotere bedrijf. Mogelijke besparingen, zoals minder kunstmest en extra inkomsten als ANLb-subsidies, zijn niet meegenomen. De volledige berekening staat in het kostenrapport.
De bedragen zijn gebaseerd op de twee voorbeeldbedrijven en eerder gepubliceerde kostengegevens. Ze zijn dus niet één-op-één toepasbaar op elk bedrijf. Wel maken ze duidelijk dat meer biodiversiteitsmaatregelen ook meer financiële ruimte vragen, zeker boven het minimumniveau. In hun conclusie schrijven de onderzoekers dat een aanzienlijk jaarlijks budget nodig is om boeren voor die extra inzet te belonen.
De boer maakt kosten, de waarde reikt verder dan het erf
Voor melk bestaat een markt. Voor schoon water, biodiversiteit, een aantrekkelijk landschap en ruimte voor recreatie bestaat meestal geen directe marktprijs, terwijl boeren, bewoners, bedrijven en overheden daar wel van profiteren. Tijdens workshops in 2024 gaven boeren aan dat zij het landschap willen beheren voor meer van deze waarden, mits daar een betaling tegenover staat.
Om voor de lange termijn op zo’n betaling te kunnen rekenen, vroegen deelnemers om betrouwbare partners, heldere spelregels en langdurige afspraken. Als mogelijke oplossing werkten zij het concept landschapsfonds uit, waaraan overheden, bedrijven en andere belanghebbenden kunnen bijdragen. Een breed bestuur moet dan het geld beheren en verdelen. Het fonds was destijds een voorstel, geen bestaande of geteste regeling. Een eerste uitwerking van dit voorstel staat in het onderzoek uit 2024.
Van goede wil naar werkbare afspraken
Kortom, veel boeren voelen zich verbonden met het landschap en willen ruimte maken voor natuur. De vraag is dan wel hoe dat binnen het bedrijf past: welke percelen zijn geschikt, wat betekent het voor werk, voer en kosten, en welke afspraken geven genoeg zekerheid voor beheer op lange termijn?
Daar ligt de opgave voor de komende jaren. Boeren kunnen niet als enige verantwoordelijk zijn voor een landschap waar ook veel andere partijen waarde aan hechten. Als natuurbeheer bijdraagt aan water, soorten, landschap en leefomgeving, hoort daar een bepaalde financiële waardering tegenover te staan.
Groene Cirkel Kaas en Bodemdaling laat zien wat daarvoor nodig is: kennis uit onderzoek, ervaringen van boeren en gesprekken met partijen die invloed hebben op beleid, betaling en voorwaarden. Daarmee wordt duidelijk dat biodiversiteit niet alleen vraagt om goede wil op het erf, maar ook om afspraken die boeren in staat stellen natuurbeheer langdurig vol te houden.